WAALWIJK – Het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk wil de Ambrosiuskerk aan de Ambrosiusweg niet aanwijzen als gemeentelijk monument. Daarmee blijft de weg vrij voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, waar ongeveer vijftig seniorenwoningen moeten verrijzen.
Voorgeschiedenis
De Protestantse Gemeente Waalwijk (PGW) is al sinds 2022 in gesprek met de gemeente over de toekomst van meerdere kerkelijke gebouwen. Door teruglopende bezoekersaantallen en hoge onderhouds- en exploitatiekosten ziet de PGW zich genoodzaakt haar vastgoedbestand te verkleinen.
De keuze is daarbij gevallen op verkoop of herontwikkeling van de Ambrosiuskerk en ontmoetingscentrum De Haven. De opbrengst is nodig om het rijksmonument Kerk aan de Haven in stand te houden en toekomstbestendig te maken.
Monumentenverzoek
Het Cuypersgenootschap diende eind 2025 een verzoek in om de Ambrosiuskerk aan te wijzen als gemeentelijk monument. Zowel een bouwhistorische verkenning als de Adviescommissie Omgevingskwaliteit concludeerden dat de kerk een hoge stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische en bouwhistorische waarde heeft. Beide adviseerden daarom de kerk een monumentenstatus te geven.
Het college heeft dat advies echter niet overgenomen.
Belangenafweging
Volgens het college heeft een monumentenstatus grote gevolgen voor de geplande herontwikkeling. Het huidige plan gaat uit van sloop van de kerk en de bouw van ongeveer vijftig seniorenwoningen. Bij aanwijzing als monument moet de planvorming opnieuw worden gestart, ontstaat vertraging en neemt het aantal te realiseren woningen af.
Daarnaast weegt het college de financiële positie van de Protestantse Gemeente zwaar mee. De opbrengst van de herontwikkeling is volgens de gemeente nodig voor het onderhoud van de Kerk aan de Haven, die een rijksmonument is.
Hoewel het ontwerp uitgaat van sloop van de kerk, blijven volgens de gemeente karakteristieke elementen en kenmerken van het gebouw zoveel mogelijk herkenbaar in de nieuwe ontwikkeling.
Vervolg
Het college heeft besloten de aanwijzingsprocedure niet te starten en het verzoek van het Cuypersgenootschap af te wijzen. Op grond van de Erfgoedverordening en de Algemene wet bestuursrecht krijgen belanghebbenden zes weken de tijd om een zienswijze in te dienen. Daarna neemt het college een definitief besluit.